In contact met de laatste ijstijd….

Door: Teus Koorevaar, AWN Lek- en Merwestreek 

 

DijkverbeteringDijkversterking1

De Combinatie Dijkverbetering Molenwaard (CDVM) is begonnen met het aanbrengen van de eerste palenwand ter hoogte van Bergstoep 47 (dijkpaal; AW212). Voor het storten van het beton wordt eerst met een megaboor een holle schacht geboord tot ca. 20 meter diepte.  Onze vereniging (de AWN) zal de komende maanden en jaren (naast RAAP als archeologische hoofdaannemer) een rol spelen bij het onderzoeken van de grond die uit het dijklichaam omhooggebracht wordt. Onderin het dijklichaam liggen immers de sporen verborgen van de eerste dijkenbouwers in de middeleeuwen. We zijn erg benieuwd wat dat gaat opleveren.

Afgelopen vrijdag (28 november) was de bouwcombinatie bezig met de 4e paal. Van buiten de afzetting waren we toevallig getuige van het moment dat de boorkop het materiaal van de grootste diepte (ca. 20 meter) omhooghaalde en uitstortte: grof grijs zand gemend met grind, het materiaal dat het smeltwater na de laatste ijstijd (ongeveer 10.000 voor Chr.) in enorme hoeveelheden in onze delta heeft neergelegd.Dit grindige zand vormt als het ware het substraat onder onze bodem van klei en veen die door een verder stijgende zeespiegel later bovenop dit pleistocene zand is afgezet. Het pleistocene  zand is dus ouder dan de hieruit opgestoven donken (stuifduinen of rivierduinen) waarop jagergemeenschappen in de prehistorie zich ophielden. Pleistoceen zand is grof en grindig. Donkzand (stuifzand) is fijn.

 

Dijkversterking3

De eerste dijkenbouwers

Op deze  foto is het eerste en langste deel van de betonwapening te zien die in de schacht wordt neergelaten. Daarna wordt er nog een tweede stuk op bevestigd en in zijn geheel neergelaten. Daarna volgt het betonstorten.

Het is een zeer imposant proces waarmee de waterveiligheid van ons gebied gediend is, maar die hopelijk ook nieuwe informatie oplevert over de eerste dijkenbouwers.